• Lindsey De Grande

Never forget who ignored you when you needed them, and who helped you before you could even ask!



Tegenwoordig leren we als kleine kindjes allemaal hoe we moeten zwemmen. We leren in het ondiepe aan de boord spartelen, waarna we kunnen proberen watertrappelen, om uiteindelijk de boord los te laten, vlottere bewegingen te maken, en ook diepere wateren op te zoeken. In een zwembad, maar nog veel meer in het echte leven. Als we het geluk van een mooie opvoeding mogen ervaren, waarin misschien niet alles ideaal verloopt, maar de intenties en de liefde wel aanwezig zijn in overvloed, leren we tools om ons door het leven te kunnen spartelen, watertrappelen, en liefst natuurlijk mooi en goed zwemmen, welke wateren er ook op ons pad komen. Als je niet dat geluk hebt, kan je het op latere leeftijd nog altijd leren. Misschien moeizamer, maar zeker mogelijk.

Maar af en toe in je leven, lijkt het alsof je alle tools vergeten bent. Alsof je niet meer kunt zwemmen. Af en toe lijkt het ook alsof alles samenvalt, de weersomstandigheden zijn een storm, het water is diep en bevat sterke stromingen, het is nacht, én vooral, je bent vergeten hoe je moet zwemmen. Door de optelsom, wil je soms ook gewoon niet meer zwemmen. Je wilt niet langer onderhevig zijn aan de golven boven water, aan de storm waar je in zit. Je wilt de rust en sereniteit van het onder water zijn. Ook al betekent dit dat je naar de bodem aan het zakken bent en geen zuurstof meer hebt. Als kindje ben je vaak nog enthousiast, naïef, je wilt de diepere wateren verkennen, je wilt leren zwemmen en je spartelt je doorheen alle lessen die daarvoor nodig zijn.

In het volwassen leven weet je helaas soms door harde lessen hoe de diepere wateren zijn. Hoe verraderlijk en onzichtbaar de stroming kan zijn. Hoe plots het weer kan omslaan in een megastorm. Hoe gebeurtenissen en mensen kunnen maken dat je in de verste verte niet meer weet hoe het is om te zwemmen, watertrappelen en zelfs spartelen. De naïviteit gaat er stilaan uit, en het enthousiasme vaak ook.

In het leven, kunnen we voor onze medemens elke mogelijk invulling geven hieraan. We kunnen proberen de opklaring zijn en zonnestralen doen schijnen. We kunnen mensen richting ondiepe wateren loodsen om te recupereren. We kunnen ze waarschuwen voor de onderstroom. Een reddingsboei toegooien, afkomen met een sloep en terug leren zwemmen. Soms is het noodzakelijk om het allemaal even over te nemen zodat de persoon volledig kan recupereren en gered worden. Iemand veilig aan wal brengen en op adem laten komen. Hoeveel tijd het ook vraagt. Wat er ook voor nodig is. Zodat de persoon herinnert hoe ze kunnen zwemmen. En met de bagage aan ervaring, terug te voelen wat te doen bij storm. Bij onderstroom. En vooral ook, dat de herinneringen aan de mooie kabbelende wateren, terug naar boven komen. Het genieten van het zwemmen. Het leven. De zon. Want dat is er allemaal ook. Gelukkig maar.

Jammer genoeg zijn er ook personen en situaties die er in slagen de optelsom in negatieve zin te creëren. Ze ontnemen je alle geloof en kracht in jezelf, zodat je niet meer weet wat zwemmen is. Misschien weten of kunnen ze het zelf niet. Jammer genoeg zijn er personen en situaties, die de storm veroorzaken en je richting diepe wateren loodsen, diep in de nacht. Elke keer je toch probeert, puur op instinct, te proberen trappelen om boven water te komen, je kopje onder duwen. Keer op keer. Te kort om echt te verdrinken, maar lang genoeg zodat je het hopelijk op geeft. De sloep is al gezonken, de laatste reddingsboei nemen ze om zichzelf te redden. Kost wat kost. Het laat je achter in een verwoestende zee, omgeven door een pikdonkere duisternis, met verraderlijke draaikolken die je zelf niet hebt gecreëerd, maar waar je wel doorheen moet spartelen. Met enkel, ergens heel veraf, een klein lichtje van de vuurtoren. Het enige teken dat er land is. De vuurtoren, die je tussen het neerwaartse, hardhandige duwen, steeds korter en korter kunt zien.

Je instinct zwakt af, zeker wanneer het gebeurt door personen en situaties waarvoor je zelf de laatste reddingsboei zou toegooien. Waarvoor je je eigen leven oneindig in gevaar zou brengen, om die maar te kunnen redden. Waarvoor je elke draaikolk van onderstroom hardnekkig eerst in wilt gaan, om uit te kunnen leggen hoe je er uit kunt komen. Ook al bestaat de kans dat je er niet uit komt. Personen en situaties waar je elke blikseminslag voor opvangt. Keer op keer. Altijd. Waar je blindelings mee het water in ging, omdat je zo zeker was, van de pure, oprechte, mooie wateren waar je doorheen ging, en naartoe op weg was. Samen. Jarenlang. Niet spartelen. Maar zwemmen. Je instinct zwakt af, omdat al het goede waar je in geloofde, je tot die plek heeft gebracht. De vele haaien rondom je en onder je, zijn plots zelfs niet bedreigend meer. Te meer, omdat je aan haaien de bedreiging meteen ziet. In tegenstelling tot veel anders. En dan nog gaan haaien vaak enkel bijten, wanneer er reeds bloed is. Het zijn vaak niet de haaien die je uiteindelijk doen sterven. Maar diegene die je aan het bloeden krijgen, die eigenlijk je doodsvonnis vastleggen. Ook al valt dit minder op.

Ik geloof er sterk in dat we beiden kunnen zijn voor iemand. De reddingsboei, maar helaas ook de onderstroom en storm. Onbewust. Of bewust. Misschien kan je ongewild iemand te diep brengen, of kan je zelf niet goed zwemmen. Misschien draait het weer plots om. Misschien…. Maar elke wijziging is een mogelijkheid om te keren. Om op adem te komen. Om de reddingsboei te delen, zelfs als er maar eentje is. En als het niet lukt om iemand boven water te houden, op z’n minst te stoppen met ze bewust kopje onder te duwen. Gaandeweg leer je zo ook de omstandigheden lezen. Leer je welke kant je beter niet op zwemt. Leer je het plezier van rustige wateren. Van elkaar. Zelfs als het onbewust begint, zijn er genoeg signalen om bewust van koers te veranderen. En we hebben allemaal de kracht en vrije wil in ons, om deze koers te kiezen. In plaats van (on)bewust kopje onder duwen, kunnen we er elke keer voor kiezen om bewust net onze schouders er onder te zetten. Hetzelfde lichaam. Dezelfde persoon. Dezelfde kracht. Gewoon anders gestuurd en gefocust.

Momenteel voel ik me als een geslagen hond. Te veel kopje ondergeduwd, te veel acties om me te kraken. In het begin blaf je nog en bijt je nog van je af. Je vecht voor het goede en waar je voor staat. Je vecht voor het goede in elke persoon, omdat dit er altijd zal zijn. Je wilt en kunt het niet geloven. Omdat voor jou zoiets niet bestaat. Maar na de zoveelste slok water die je longen bereikt, na de zoveelste mep, blijf je liggen. Laat je op je trappen. Blaf je niet meer. Toch gooi ik nog liever de laatste reddingsboei uit, dan te moeten leven met de gedachte dat ik zelf iemand de dieperik in loods, houd, duw. Al dan niet (on)bewust. Want het gevoel en het karma dit zelf te veroorzaken, is nog veel erger dan als een geslagen hond, de zoveelste keer kopje onder te gaan.

Je instinct wil samen met het kopje onder blijven, geen mensen en situaties meer vertrouwen. Waarom zou je? Waarom zou je recht krabbelen, als het lijkt dat het negatieve en kwade overheerst. Als je je zo gekwetst en gebroken voelt, dat elk botje verbrijzeld is zodat recht krabbelen zelf niet lukt… Waarom? Omdat het kan. Omdat er ook veel goeds is. Omdat licht altijd sterker is. En omdat je er altijd voor kunt kiezen weg te stappen van de duisternis. Hoe lang de tocht ook is. Hoe eenzaam het ook voelt. Alles beter dan in de duisternis blijven. Alles beter dan duister blijven. Alles beter dan kopje onder te blijven, en in de draaikolk van vernietigende gedachten en handelingen te blijven. Het is niet omdat er veel slecht en kwaad is in de wereld, dat alles slecht en kwaad is. Het is niet omdat mensen blijven waarden en normen verloochenen, dat het foute mensen zijn. Je kunt niet voorkomen dat anderen je blijven slaan, of kopje onder duwen. Het zegt niets over jou, ook al denk je van wel. Je kunt proberen rechtstaan, proberen wegzwemmen, proberen op adem komen. Misschien niet alleen, maar er is altijd hulp voorhanden. Gelukkig. Professioneel. Maar soms zit het ook in kleine gebaren. Iemand die alles doorziet en kadert, een babbel, knuffel, kaartje, iets oprechts…

Hoe hard je ook kopje onder wordt geduwd. Het instinct is iets diepgeworteld. Iets oersterk. Het instinct om te leven. Ook al voelt het initieel als overleven. Zo sterk, dat je naar andere reddingsboeien kunt spartelen. Dat je het net zo lang kunt volhouden tot de storm gaat liggen. Dat je net lang genoeg boven water blijft, om de vuurtoren te blijven zien. En uiteindelijk ook terug te bereiken! Dus blijf spartelen, ooit wordt het weer zwemmen! Liefs, Lindsey

76 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven