• Lindsey De Grande

Febr '22: Don't define your world in black&white, because there is so much hiding amongst the greys!


Het leven is grijs…. Niet grijs grijs. Niet eentonig grijs. Maar grijs. In vele tinten. Toch grijs. En dat is ok. Denk ik. Wij zijn ook allen grijs. Daarom niet saai. Niet eentonig. Niet dof. We zijn allen een andere samenstelling van grijs. Maar toch grijs. Omdat wit, het goede, overal in zit. Maar zwart, het slechte, helaas ook. Dat maakt ons grijs. Dat maakt de wereld grijs. En dat is ok. Denk ik.

Het voelt nog steeds alsof ik niet kan ademen. Een pompoen in m’n keelgat, kabelbinders rond m’n luchtpijp, een olifant in winterslaap op m’n longen geplant, en een groot gat waar vroeger m’n hart zat. Waar moet je dan beginnen? Hoe haal je de pompoen er uit? Los je de kabelbinders? Wek je de olifant? Vind je je hart terug? Hoe? Ik weet het niet. Ik probeer het al maandenlang. Echt proberen. Met alles wat ik heb. Ook al is dat steeds minder. Maar misschien schuilt daar net het probleem…

Misschien schuilt het antwoord in inzien, beseffen, aanvaarden, dat we allen grijs zijn. Dat de wereld grijs is. Dat we allen beiden in ons dragen. Dat we allen verantwoordelijk zijn voor ons eigen leven. Allen de vrije keuze hebben om te kiezen welke kleurenmengeling we creëren. En enkel met onze eigen verf aan de slag kunnen om ons levensschilderij te maken. Ook al zouden we het soms liever anders zien.

Als je zwart ziet, voelt, meemaakt heb je vaak de neiging om in tegenpolen te denken. Goed, en slecht, zwart, en wit, eerlijk, vals, rechtvaardig, onrechtvaardig. En dan te kiezen waar je instinct naartoe gaat. Het goede. Het witte. Met het grote gevaar je met een vergrootglas al het zwarte ziet, en je wereld stilaan verandert in een grote zwarte vlek door al het onrecht dat je ziet gebeuren. Hoe het kwade kan heersen. Een wereld waar je gewoon niet in wilt en kan leven. Een wereld, waar je niet in kunt ademen. In het strijden voor het goede, besef je vaak niet de tunnelvisie van het slechte waarin je terecht komt. Daar waar de olifanten, pompoenen, kabelbinders en scherven in overvloed voorradig zijn. En dat is gewoon ook niet de realiteit. Ook wij leven op de aarde tussen de Noord- en Zuidpool. We leven tussen de uitersten, maar we zijn niet de uitersten. En dat biedt ook mogelijkheden. Kansen. Waar we elk verantwoordelijk voor zijn.

Het verscheurt me om zwart voor m’n ogen te zien gebeuren. Overal. Vaak op een slinkse, quasi onzichtbare manier. Het verscheurt me om de vele slachtoffers ervan te zien. Het verscheurt me des te meer, omdat ik weet hoe het zelf voelt. Je hersenen snakken naar zuurstof, je organen willen je in leven houden, maar er is geen zuurstof meer. Je overleeft de aardbeving amper, maar de naschokken blijven je door elkaar schudden. En dan wil je strijden. Je wilt de witte druppel verf zijn, in wat voor jou voelt als een zee van zwart. En ook al kan 1 druppel wit, het zwart verlichten, ook al kan 1 vlammetje in de duisternis, licht creëren, het krachtigste is, wanneer we zélf ons licht aansteken. Wanneer we zélf ervoor kiezen om wit te verkiezen boven zwart. We kunnen zelf kiezen welke kleur we voeden en hoeveel we mengen. We hebben ons eigen leven in handen. Niemand anders. Dat maakt strijden overbodig. Zinloos ook.

Dus wat doe je dan? Blijf je druppels witte verf spatten in een donkere plas? Tot je zelf eventueel zonder verf dreigt te vallen? Of begin je zelf met grijs te schilderen? Probeer je zelf een kunstwerk te maken? Kunnen we door verantwoordelijkheid te nemen voor ons eigen leven, ons schilderij als inspiratiebron laten zijn voor anderen? Zodat zij hun eigen uniek kunstwerk maken en inzien dat er zoveel moois te maken valt uit grijs, waardoor ze wit beginnen toe te voegen aan de zwarte pot? Dat een zwart vlak ook maar een zwart vlak is? Ook al lijkt het op het eerste zicht misschien krachtig, oneindig en meer aantrekkelijk dan grijs of wit, gewoon omdat het meer opvalt?

1 paneel van het Lam Gods is ook maar 1 paneel van het Lam Gods. Het ware kunstwerk, schuilt in het geheel. Als er 1 ontbreekt, is het niet af. Ieder van ons maakt zijn/haar schilderij doorheen de jaren. Soms overschilderen we, soms is ons zwart of wit tijdelijk op, soms kladderen we er maar wat op los, soms zetten we net doelbewust ons penseel op het doek. Maar we maken ons kunstwerk, en elk stapje draagt bij tot het geheel. Ook al wordt dat vaak pas op het einde duidelijk.

Smaken verschillen. We hoeven elkaars paneel niet altijd mooi te vinden. En als we iets pikzwart zien, hoeven we niet te panikeren. Er is geen goed of slecht, in het groter geheel. We hoeven niet te oordelen. We hoeven niet met wit te spatten op andermans doek. We hoeven geen penselen af te pakken of verf te mengen. We hoeven enkel zelf te focussen op ons doek. Op proberen te blijven schilderen. Met grijs. Liefst zo licht mogelijk. Maar toch grijs, want ook spatjes zwart zijn nodig om meer vormen te kunnen creëren. En ieder van ons heeft beiden in zich. Altijd.

Dus hoe krijg ik terug zuurstof? Hoe maak ik dat ik niet stik door de olifant? Iets wat stilaan lijkt te gebeuren, en waar we zien dat m’n fysieke gezondheid niet veel langer tegen bestand is. Misschien door zelf te proberen schilderen. Met mijn mengeling van grijs. En tegelijk te beseffen dat het ware kunstwerk zit, in alle panelen ter wereld. Niet in die van mij. Of jou. Of dit land. Maar de ganse wereld. Waar we elk ons steentje in bijdragen. En daarin zullen de zwarte nooit overheersen. Er is nu eenmaal veel meer witte verf. En dat zal altijd zo zijn.

Liefs,

Lindsey








122 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

April '22